Gemeenschapsdienst - doel

Wanneer een jongere een misdrijf pleegt dient daar een maatschappelijke reactie op te volgen. Via deze, weliswaar minder ingrijpende, vorm van vrijheidsberoving vervult de gemeenschapsdienst zijn sanctionerende opdracht.
Maar bij het verwezenlijken van die opdracht poogt zij meer te zijn dan enkel bestraffend.

De keuze voor een gemeenschapsdienst berust op het principe van re-socialisering.  
Bij een gemeenschapsdienst blijft de jongere in zijn thuismilieu en kan hij zijn schoolactiviteiten verder volgen zodat daar geen achterstand ontstaat.
Bovendien bieden de tewerkstellingsplaatsen een perspectief op positieve sociale contacten en ervaringen. Men leert er nieuwe mensen kennen en ervaart er medeburgerschap.
Een gemeenschapsdienst doet beroep op de mondigheid, bekwaamheid en verantwoordelijkheid van de jongere. De jongere weet op voorhand welke gevolgen verbonden zijn aan het al dan niet correct uitvoeren van de werkstraf. Op die manier krijgt de jongere de kans zich te bewijzen en zijn verantwoordelijkheid op te nemen.
De jongere heeft de kans inzicht te krijgen in eigen kunnen en falen. Via deze pedagogische visie wordt de klemtoon op het BIJ-LEREN gelegd, in tegenstelling tot het af-leren.

Bovendien geeft de sanctie de jongere het gevoel dat hij voor zijn daad heeft geboet en de schade zelf heeft kunnen herstellen, zij het dan symbolisch via werk ten bate van de gemeenschap.